>>Gezinsvoogden

Gezinsvoogden

02-04-2014

Edelachtbare Heer, Vrouwe,

Iedere casus heeft een eigen dynamiek die van invloed is op de ingenomen standpunten van betrokkenen. Daarin speelt onder andere beeldvorming een rol. In de totstandkoming hiervan zitten subjectieve elementen. In verband hiermee acht ik het noodzakelijk de volgende observatie aan de rechtbank kenbaar te maken.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling op datum x speelt het volgende zich af: moeder, grootmoeder van moederszijde, en ikzelf (raadsvrouw van moeder) zitten in de hal van de rechtbank.

Tevens bevinden zich vader en stiefmoeder in de hal, in een andere, uiterste hoek. De gezinsvoogd nr. 1 en de contactpersoon van moeder, nr. 2 (ook gezinsvoogd) komen de hal binnen, lopen langs moeder, negeren haar volledig en stevenen beiden af op vader en stiefmoeder, die hartelijk worden begroet en waar vervolgens een intensief gesprek plaatsvindt. Het is duidelijk dat de gezinsvoogd nr. 1 en gezinsvoogd nr. 2. bij binnenkomst in de hal moeder hebben waargenomen. Ze struikelen bijna over moeder. Voor de goede orde: gezinsvoogd/contactpersoon nr. 2 is door Jeugdzorg aangesteld omdat het tussen gezinsvoogd nr.1 en moeder niet boterde. Met als doel een betere communicatie tussen partijen, alles in het belang van het kind!

Zo gaat het nu altijd, zegt moeder: ik word volledig genegeerd.

Op het moment dat de bode de zaak oproept gaan allen naar de zittingszaal. Ook stiefmoeder wil naar binnen maar wordt door de bode tegen gehouden. Stiefmoeder lijkt boos. Nee: sterker is woedend.

Na de zitting vraag ik gezinsvoogd nr.2/contactpersoon moeder, of ik haar even kan spreken. Niet zonder de gezinsvoogd is het antwoord van nr.1, bijna vijandig.

Maar, zegt de raadsvrouw, u bent toch de contactpersoon van moeder, of heb ik dat verkeerd begrepen. Gezinsvoogd nr.2 herhaalt dat zij niets wil zeggen/praten zonder dat de gezinsvoogd nr. 1 erbij is. Nr 1. en nr .2 verwijzen naar elkaar als politicus en woordvoerder en visa versa.

Vervolgens vraagt de raadsvrouw aan nr. 2 waarom zij moeder negeert; zijnde haar contactpersoon. Vervolgens wordt nr.2 echt boos en roept dat zij niet als een klein kind behandeld wil worden. De raadsvrouw voelt dat zij haar professionaliteit dreigt te verliezen bij zoveel absurditeit en staakt verdere pogingen tot normaal contact en gaat terug naar moeder.

Duidelijk is dat gezinsvoogd nr. 2 geen uitvoering geeft aan de haar opgedragen taak, betere communicatie en meer balans/evenwicht tussen partijen. In het belang van het kind.

Gezinsvoogd nr.2 komt niet bij moeder thuis en communiceert niet met moeder zonder de gezinsvoogd nr 1. Sterker: zij communiceert in het geheel niet met moeder.

Een onprofessionele handelwijze van gezinsvoogden nr.1 en nr.2 die beiden overduidelijk letterlijk en met overtuiging: aan de goede kant staan, die van vader en stiefmoeder. Met hen wordt gecommuniceerd, gelachen, en is sprake van een duidelijk zichtbare warme vertrouwensband en sympathie. Stiefmoeder wordt met reden met haar voornaam vermeld. En zeer ongemakkelijke positie voor moeder. Zorgelijk voor kind.

Zo gaat het altijd volgens moeder, verzucht moeder

Edelachtbare: ik (raadsvrouw) vertel u dit omdat deze gang van zaken de verhoudingen cq. het spanningsveld weergeeft waarbinnen kind zich bevindt. Kind bevindt zich niet enkel tussen de ouders maar erger in het krachtenveld tussen Bjz, moeder en stiefmoeder.

Moeder en kind missen elkaar, zijn dol op elkaar, dat blijkt uit het onder zoek van de psycholoog. Kind blijft dat maar herhalen, maar zij wordt niet gehoord.

Het gaat hier volgens moeder niet eens om strijd tussen haar en vader. Het gaat om strijd tussen stiefmoeder en moeder. Moeder wil deze strijd niet. Zij heeft immers ingestemd met het hoofdverblijf van kind bij vader en stiefmoeder. Echter: het lijkt er op dat stiefmoeder in een competitieve rolverdeling zit met moeder. Wie is de echte moeder?

Met andere woorden: stiefmoeder beseft blijkbaar niet welke rol zij heeft in het leven van het kind. Stiefmoeder is mede opvoeder en verzorger, zeker. Maar stiefmoeder dient ook de band tussen kind en haar moeder te bevorderen en een onbelast contact toe te staan.

Blijkbaar wordt een genormaliseerd contact tussen moeder en kind door stiefmoeder als bedreigend ervaren. Dat is invoelbaar en menselijk, echter niet in het belang van het kind.

Dit mechanisme wordt blijkbaar niet gesignaleerd door de gezinsvoogden nr.1 en nr.2 . Het is (stelling van moeder) stiefmoeder die een bepalende rol heeft en niet het gesprek met moeder wenst aan te gaan.

Dit patroon dient te worden doorbroken door alle betrokkenen, onder wie in eerste instantie de professionals.

Daartoe behoren zich de gezinsvoogden nr.1 en nr.2 zich professioneel en neutraal op te stellen naar de betrokken partijen. Met een zogeheten helikopterview naar de zaak kijken. Gebeurt dat niet dan verliest Jeugdzorg het kind uit het oog.

Kind zei onlangs tegen moeder: alles wat ik van jou krijg gooit stiefmoeder weg. Verder zegt kind telkens : dat ze graag bij moeder wil slapen; dat ze moeder mist en dat ze het niet leuk vindt dat zij niet vaker bij moeder mag zijn.

Stiefmoeder toont een ongemakkelijke houding jegens moeder.

Edelachtbare, daar ligt de kern van het probleem van kind. Hier ligt tevens een opdracht aan ouders met elkaar op volwassen niveau met elkaar te communiceren.

Door Bjz zijn onderzoeksvragen aan psycholoog gesteld :

  • heeft kind last van de bezoekregeling
  • wat moet er gebeuren om de situatie te verbeteren
  • wordt het gedrag van kind bepaald door de bezoekregeling of is sprake van een ontwikkelingsstoornis.

De vraagstelling van Jeugdzorg is tweeledig: is er sprake van een geestelijke problematiek bij kind, zijn er contra-indicaties voor omgang met moeder, hierbij rekening houdend met evt. psychische problematiek die gericht op de omgangsregeling met moeder.

Psycholoog is duidelijk: geen onderzoek naar omgangsregeling en/of uitspraken hierover. Dat mag de psycholoog niet, De raadsvrouw heeft telefonisch contact met de psycholoog.

Psycholoog zegt dat raadsvrouw een punt heeft maar dat zij (psycholoog/instituut) afhankelijk zou zijn van Bureau Jeugdzorg. Dat bevreemdt: onafhankelijk deskundigen mogen geen conclusies trekken uit eigen onderzoek vanwege afhankelijkheid van Jeugdzorg.

Dat impliceert dat niet ter zake deskundigen ieder hun eigen conclusie kunnen en moeten trekken uit het onderzoek. Met andere woorden: partijen gaan aan de haal met het onderzoek en interpreteren naar eigen goeddunken. De psycholoog vind dat eigenlijk ook niet zuiver en zal het item in het team gooien.

Moeder trekt uit de rapportage de volgende conclusie: kind mist het contact met moeder, dat kind lijdt onder dit gemis van moeder (hetgeen blijkt zowel in haar gedrag als in haar opmerkingen tijdens onderzoek en op school). Sprake is van bijkomend verzet van kind omdat zij vanwege het uitblijven van normaal contact met moeder- zich niet gehoord voelt.

Een normale weekend regeling, zoals na een echtscheiding vaak gebruikelijk is zou de situatie de-escaleren en normaliseren. Kind zal daar volgens moeder rustig van worden. Kind weet dan wat zij graag wil dat zij een weekendje bij moeder is en dan weer naar papa en stiefmoeder gaat.

Uit het onderzoek blijkt niet van contra-indicaties tegen uitbreiding onderzoek.

Bureau Jeugdzorg trekt daarentegen andere en verregaande conclusies uit het onderzoek van de psycholoog.

Grondige bestudering van de rapportage door Jeugdzorg kan niet tot andere inzichten leiden (d.i. geen noemenswaardige uitbreiding van contact en zeker geen weekendregeling). Niet wordt onderbouwd op welke wijze de grondige bestudering heeft plaatsgevonden. Met welke deskundigheid. Op grond van welke observaties zijn de conclusies door Jeugdzorg getrokken. Geen enkele onderbouwing: geen woord over hetgeen kind steeds roept: ik mis mama. Het gemis wordt genegeerd.

Enigszins begrijpelijk is dat de gezinsvoogden wellicht meer contact hebben met de opvoedende ouders. Niet valt echter te begrijpen dat moeder dan als gevolg daarvan (?) kennelijk een te verwaarlozen factor is. Als opvoeder is moeder uit beeld. Moeder blijft onverminderd van grote waarde / betekenis voor kind. Die betekenis moet vanuit het belang van kind worden vertaald naar normalisering per direct van het contact. Niet het (bekende) geschuif op de vierkante centimeter/in de marge. Deze voorzichtigheid van Jeugdzorg is niet passend op de situatie en vloeit niet voort uit het onderzoek. Integendeel!

Beperking contact is niet in het belang van kind en niet noodzakelijk voor de plaatsing bij vader en stiefmoeder. Normaal is dat na een echtscheiding een kind te maken krijgt met verschillende opvoedstijlen in nieuwe samengestelde gezinnen. Dat is nooit een grond om het kind niet een normale weekendomgang met de niet-verzorgende ouder te gunnen. Het gaat in deze zaak om een omgangsregeling die het kind en moeder in staat stellen een onbezorgd en onbelast contact te hebben en hun moeder-kind band te bevestigen en te bevorderen. De situatie bij moeder is veilig. (niet betwist door Jeugdzorg).

Indien niet sprake is van een contra-indicatie is, mag op grond van de wet en verdragen de omgang en familieband tussen de ouder en kind niet onnodig beperkt worden.

Ten slotte acht ik het van belang dat stiefmoeder (bij de volgende zitting) aanwezig is ter zitting.

Ik dank u

Waarom Wagenaar advocaten

  • Veel ervaring
  • Scherpe prijzen
  • Goede kwaliteit
  • Gratis kennismaking
Neem nu contact op
Uw advocaat in: Huizen, Bussum, Eemnes, Naarden, Blaricum, Laren, Hilversum, Almere, Soest, Baarn, Weesp, Muiden, Groningen en omstreken.