>>Jeugdzorg en waarheidsvinding

Jeugdzorg en waarheidsvinding

07-02-2013

Jeugdzorg en waarheidsvinding


Jeugdzorg gedagvaard in kortgeding: eis rectificatie onwaarheden

 

met aansluitend de pleitnotitie van advocatenkantoor Wagenaar

En het vonnis van de rechtbank

======================================================================================

Dagvaarding Bureau Jeugdzorg

======================================================================================

Heden, de < > tweeduizend dertien

Ten verzoeke van < >, wonende te < > aan de < >, in deze zaak domicilie kiezende te Groningen aan de Noorderhaven 70 (9712 VM) ten kantore van de advocate mr. I. Wagenaar, die ten deze als procesadvocaat zal optreden;

krachtens mij mondeling verstrekte last van de Voorzieningenrechter < >


IN KORT GEDING GEDAGVAARD

STICHTING BUREAU JEUGDZORG < >, locatie < >, verder te noemen ‘bjz’of ‘Jeugdzorg’, van wie geen advocaat bekend is, aldaar mijn exploot doende en afschrift dezes latende aan: 

om op < >

hetzij vertegenwoordigd door een procesadvocaat, hetzij in persoon te verschijnen ter terechtzitting van de Voorzieningenrechter van de < >:


MET DE AANZEGGING DAT:


a. indien gedaagde niet in persoon op de terechtzitting verschijnt en ook verzuimt advocaat te stellen en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de rechter verstek tegen gedaagde zal verlenen en de hierna omschreven vordering zal toewijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt;

b. bij verschijning in het geding van gedaagde een griffierecht van € 274,00 zal worden geheven, te voldoen binnen vier weken te rekenen vanaf het tijdstip van verschijning, in aansluiting waarop wordt opgemerkt:

1e Het griffierecht is verschuldigd op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken, waarbij onder meer het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is gewijzigd. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat tot deze wet heeft geleid, pagina 18, staat: Overigens moet opgemerkt worden dat de toepassing van de artikelen 127a en 128, tweede, zesde en zevende lid,

dan wel 282a, eerste tot en met vijfde lid, Rv, uitgesloten is in zaken in behandeling bij de voorzieningenrechter. Het spoedeisende karakter van deze procedures laat de toepassing van deze artikelen niet toe.

2e De opgesomde artikelen betreffen de procedurele gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht. De in de memorie van toelichting bedoelde uitzondering brengt geen verandering in gedaagdes verplichting tot betaling van het griffierecht.

c. van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, namelijk van € 75,00, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:

1e een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel

2e een verklaring van de raad als bedoeld in artikel 1, onder b, van die wet, waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 35, derde en vierde lid, telkens onderdelen a tot en met d dan wel in die artikelleden, telkens onderdeel e, van die wet;

met dien verstande dat als gevolg van een inmiddels van kracht geworden wijziging van de Wet op de rechtsbijstand nu geldt dat de verklaring wordt verstrekt door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2 van die wet, terwijl de bedragen waaraan het inkomen wordt getoetst zijn vermeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand;

d. gedaagde voorafgaande aan de mondelinge behandeling ter zitting een schriftelijke reactie ter griffie van de Rechtbank, kan laten bezorgen, maar dat dit hem niet ontslaat van de verplichting om ter terechtzitting in persoon of bij advocaat te verschijnen en dat, als hij niet aan die verplichting voldoet, de zaak ondanks de schriftelijke reactie bij verstek zal worden afgedaan;

e. indien gedaagde van deze mogelijkheid tot indiening van een schriftelijk antwoord gebruik wil maken, gedaagde er zorg voor dient te dragen dat dit antwoord met alle eventuele bijlagen tenminste drie dagen voor de in de dagvaarding vermelde zittingsdatum zowel ter griffie van de Rechtbank als bij de advocaat van de eisende partij wordt bezorgd;

TENEINDE OP NAVOLGENDE GRONDEN

alsdan namens mijn rekwirant als eiseres, verder te noemen “de vrouw”, evenzo gedaagde, verder genoemd zal worden ‘bjz’, in kort geding te horen eis doen en doen concluderen:

1. De vrouw is gezaghebbend ouder van de minderjarige < >, geboren op <> te < >. Sprake is van hoofdelijk gezag met de vader,< >, wonende aan de < > te < >.

2. De minderjarige is sedert 2 juni 2010 onder toezicht gesteld van bjz. Sinds 29 juli 2011 verblijft < > middels een machtiging uithuisplaatsing bij haar vader en zijn partner.

3. De vrouw moet ervaren dat negatieve beeldvorming in hoge mate het handelen van bjz jegens haar blijft bepalen. De vrouw heeft evenwel recht en belang bij een correcte verslaglegging door jeugdzorg.

Op 22 maart jl. heeft de vrouw een concept-evaluatie d.d. 21 maart 2013 en concept- plan van aanpak d.d. 15 maart 2013 ontvangen. Uit de inhoud blijkt dat eerdere vermeldingen m.b.t. het vermeende alcoholmisbruik en de gestelde persoonlijkheidsstoornissen nog altijd hiervan deel uitmaken. (productie 1)

Geen maatregelen zijn genomen om op grond van de door de vrouw geruime tijd geleden overgelegde informatie van derden/deskundigen de onjuiste informatie te verwijderen dan wel aan te vullen. (productie 2)

Kort gezegd, kan uit de uitslagen en de bevindingen van de hulpverleners worden afgeleid dat de vrouw niet-zorgmijdend is, haar afspraken met hulpverleners nakomt, er geen bewijs is van alcoholmisbruik en dat de milde borderline stoornis ws. is uitgedoofd.

Geen maatregelen zijn genomen op grond van de beschikking vervallenverklaring aanwijzing (omgang) d.d. 6 maart 2013 de stellingen ter zake de vermeende belasting van de minderjarige door de vrouw te verwijderen.(productie 3) (nb. De omgang is ongewijzigd gebleven. Namens de vrouw zal wederom worden verzocht om de aanwijzing vervallen te verklaren.)

5. Dit wringt te meer Jeugdzorg de vrouw had toegezegd hierop toe te zien en de stukken aan te passen. (productie 4) Dit is ook conform het protocol dat jeugdzorg hanteert ter zake haar verslaglegging.

Bij schrijven van 28 maart 2013 is jeugdzorg daarom namens de vrouw gesommeerd de onjuiste passages alsnog te corrigeren, onder aanzegging van een kort geding. (productie 5)

6. In een reactie van 28 maart 2013, ontvangen op 29 maart 2013, verzoekt jeugdzorg om de mening van de vrouw op de concept-rapportages en geeft aan de stukken voorts -waar nodig- te verbeteren en aan te vullen. (productie 6)

In een nadere reactie d.d. 5 april 2013 geeft jeugdzorg aan dat de stukken inmiddels zouden zijn aangepast dan wel zouden zijn gecorrigeerd. Alle “aangegeven dingen zouden zijn aangepast”. (productie 7)

7. Na lezing van de nieuwe versies d.d. 2 april 2013 blijkt van een correcte aanpassing niet of nauwelijks sprake. (productie 8) M.b.t de aanwijzing omgang is in de evaluatie thans weliswaar opgenomen dat deze vervallen is verklaard. De gegeven reden: ‘omdat deze niet goed was voor aangekondigd’, is onjuist. Opmerkingen over de gestelde belasting van de minderjarige door de vrouw -grondslag voor de beperking van de omgang- zijn echter blijven staan. (Evaluatie: oa. blz.4, 1 e alinea, blz. 5, 2e alinea, blz.6, 1e alinea) Plan van aanpak(oa. blz.4, 3e alinea, blz.5 1e alinea, 4e alinea, blz.6, 3ealinea, blz. 7, 5e alinea), blz. 8, 1e alinea)

M.b.t. de vermeende persoonlijkheidsproblematiek blijkt de correctie slechts te bestaan uit een zinsnede in de evaluatie, blz. 3, 4e alinea, blz.5, laatste alinea). Hierin is thans vermeld dat : ‘een psychiater heeft gezegd dat moeders borderline problematiek aan het uitdoven is’. Jeugdzorg verwijst daarmee naar een schijven van < >, psychiater, d.d. 13 oktober 2011 (!), overgelegd als productie 2. Diens verklaring is onjuist weergegeven. Over de gestelde alcoholproblematiek rept jeugdzorg met geen woord.

9. De vrouw meent dat jeugdzorg primair misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden, in de zin dat jeugdzorg onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vrouw. Subsidiair heeft jeugdzorg de aan de wettelijke opdracht ten grondslag liggende afspraken met de vrouw geschonden, hetgeen wanprestatie jegens de vrouw met zich brengt.

toetsingskader
10. Op grond van art. 6 : 167 BW kan om een rectificatie van een publicatie worden gevraagd. Het is bestendige jurisprudentie dat publicatie daarbij ruim dient te worden opgevat en kan zien op elke openbaarmaking aan derden. (oa: LJN: BV1765)

Gelet op de feiten zoals: de aard van de vermeldingen, de ernst van de gevolgen alsmede het niet-opnemen van beschikbare informatie van derden/deskundigen is het handelen van jeugdzorg als onrechtmatig te kwalificeren. Jeugdzorg wist/heeft kunnen en moeten begrijpen dat de opmerkingen omtrent het alcoholgebruik en de persoonlijkheidsproblematiek van de vrouw onjuist waren dan wel nuancering behoefden. De vrouw is aangetast in haar fundamentele recht op eer en goede naam en daardoor geschaad in haar belangen als ouder. Ook de stellingen van jeugdzorg over de belasting van de minderjarige tijdens contactmomenten zijn niet-geverifieerd overgenomen. Jeugdzorg is aansprakelijk voor de inhoud van de door haar opgestelde stukken en rapportages.

spoedeisendheid
11. De vrouw meent dat de feiten en omstandigheden van dit geval een spoedeisende voorziening eisen nu jeugdzorg weigert de haar gestelde opdracht naar behoren uit te voeren. De rechter laat zich immers over omgang en hoofdverblijf adviseren door bjz. De informatie waarop bjz haar advies baseert, speelt een grote rol en moet juist zijn. De eerstkomende zitting verlening ots/muhp staat voor mei 2013. De vrouw is hierdoor genoodzaakt zich tot de Voorzieningenrechter te wenden.

dwangsom
12. De vrouw acht termen aanwezig aan de opdracht/taakstelling een dwangsom te verbinden, in de zin dat jeugdzorg een dwangsom verbeurt van € 10.000,- iedere keer dat niet dan wel niet naar behoren door bjz hieraan uitvoering wordt gegeven.

proceskostenveroordeling
13. De onderhavige kwestie ziet op de opdracht van jeugdzorg de rechtbank op behoorlijke wijze te informeren. Het niet doen aan waarheidsvinding is nog geen vrijbrief om onjuist gebleken c.q. niet geverifieerde informatie in de rapportages op te nemen.

14. Uit de feiten kan worden afgeleid dat bjz hieraan niet op professionele en integere wijze invulling aan geeft. De opstelling lijkt bewust gekozen en valt bjz daarom in hoge mate aan te rekenen, zodat niet het uitgangspunt van compensatie van kosten zou moeten gelden. De belangen van de vrouw als ouder zijn groot. De vrouw zal de Voorzieningenrechter verzoeken bjz in de kosten van de procedure te veroordelen.

Voor dit verzoek is de houding van bjz in samenhang met de feiten en omstandigheden redengevend. De vrouw wordt door bjz genoodzaakt kosten voor rechtsbijstand te maken. Een en ander behoort naar het oordeel van de vrouw voor rekening en risico van jeugdzorg te komen.


TE HOREN EIS DOEN EN CONCLUDEREN

dat het de Voorzieningenrechter van de Rechtbank < >, locatie < >, behage
bij vonnis in kort geding en uitvoerbaar bij voorraad en op alle dagen en uren:

I.
voor recht te verklaren dat Bureau Jeugdzorg < >, locatie < >:
primair een onrechtmatige daad en subsidiair wanprestatie heeft gepleegd jegens de vrouw

II.
voor recht te verklaren dat:
de vrouw door Bureau Jeugdzorg < > in haar eer en goede naam is aangetast en dat daarmee Bureau Jeugdzorg het aanmerkelijke risico op schade aan haar belangen als ouder heeft genomen

III.
Bureau Jeugdzorg < > te verbieden schriftelijke en/of mondelinge mededelingen te doen die inhouden en/of de strekking hebben en/of suggereren dat de vrouw een alcoholprobleem heeft en kampt met persoonlijkheidsstoornissen en de minderjarige tijdens de contactmomenten zou belasten, op straffe van een boete van € 10.000,- voor elke zodanige mededeling

IV.
Bureau Jeugdzorg < > te gebieden er zorg voor te dragen dat de schriftelijke en/of mondelinge mededelingen in de rapportages en andere stukken die inhouden en/of de strekking hebben en/of suggereren dat de vrouw een alcoholprobleem heeft en kampt met persoonlijkheidsstoornissen en de minderjarige tijdens contactmomenten zou belasten, binnen twee maal 24 uur na dit vonnis worden gerectificeerd, overeenkomstig de door de vrouw overgelegde stukken van derden/deskundigen alsmede de beschikking van de rechtbank < >, locatie < > d.d. 6 maart 2013, onder verbeurte van een dwangsom van € 10,000,- voor elke dag dat voldoening aan dit gebod uitblijft,

en met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

Deurwaarder. 

=========================================================================================
 

Pleitnotitie Wagenaaradvocaten

in verband met de mondelinge behandeling van de rechtbank iInzake < >/Bureau Jeugdzorg

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Edelachtbare Heer, Vrouwe,

Het beginsel van de onpartijdigheid/zorgvuldigheid brengt met zich mee dat instanties die overheidstaken verrichten, zoals bjz, zich actief moeten opstellen om partijdigheid en vooringenomenheid alsmede de schijn van partijdigheid en vooringenomenheid te vermijden.

Kern van de vordering van eisers is dat bjz. bij herhaling (dezelfde) dingen op papier zet die niet kloppen en/of onvoldoende worden onderbouwd. Zij moet zich daartegen verweren. De stukken zijn namelijk grotendeels geschreven om de rechtbank te informeren en te adviseren. Het belang bij een correctie weergave van de feiten is groot.

Eiseres kan evt. naar een klachtencommissie, maar het kwaad is dan al geschied; de informatie staat dan al in het dossier en is dan al overgelegd aan de rechtbank. Dit is de praktijk zoals eiseres deze tot op heden heeft mogen ervaren.

Het argument van bjz dat cliënt voordien altijd de mogelijkheid heeft om op-en aanmerkingen te plaatsen is dan ook een wassen neus gebleken. Eerdere toezeggingen door bjz. de stukken aan te vullen zijn immers niet gestand gedaan dan wel weer ongedaan gemaakt.

Cliënte heeft bureau jeugdzorg daarom gedagvaard op basis van art. 6 : 162 BW. Onrechtmatig handelen. (Hij die jegens een ander en onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden).

Voor beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, heeft de Hoge Raad in een uitspraak uit 2004 bepaald dat alle omstandigheden van het geval daarbij een rol kunnen spelen, zoals de hoedanigheid van partijen, de aard en strekking van de opdracht, de wijze waarop de belangen daarbij zijn betrokken, de vraag of vertrouwen mocht bestaan ter zake behartiging hiervan, de vraag in hoeverre het bezwaarlijk was om hiermee rekening te houden, de aard en omvang van het nadeel etc. (HR, 24 september 2004, LJN: AO9069, NJ 2008/587)

Deze kwestie draait om de aanwezige belastende informatie die nog altijd niet uit de stukken is verwijderd dan wel nog altijd niet is aangevuld, terwijl eiseres daarvan in redelijkheid had mogen en kunnen uitgaan.

Nogmaals:
1.de stukken/verklaringen van deskundigen door eiseres overgelegd, zijn bij bjz genoegzaam bekend.
2.eiseres heeft uitdrukkelijk en concreet bjz in het verleden verzocht daartoe over te gaan.
3.hierover is tussen eiseres en bjz gecorrespondeerd.
4.in dezen zijn toezeggingen zijdens bjz gedaan.

Aldus is sprake van schending van het verbod van vooringenomenheid/ schending van de zorgvuldigheid en objectiviteit. Willens en wetens. De correcte informatie en de verplichting / noodzaak de rechter -zo veel als mogelijk- correct te informeren zijn immers bij bjz bekend, zoals blijkt uit de zgn. ‘gecorrigeerde’versie, nadien door bjz toegezonden en overgelegd als productie. Echter nog altijd zijn de stukken doordrenkt van opmerkingen m.b.t de vermeende alcoholproblemen en de grillige geestesgesteldheid van eiseres.

De belangen van eiseres zijn nauw gerelateerd aan een behoorlijke uitvoering door bjz. Eiseres ondervindt schade/nadeel doordat bjz hierin structureel tekort schiet. Bjz dient mede rekening te houden met de belangen van eiseres op dit punt. Eiseres mag hierop ook vertrouwen. Bescherming van kinderen tegen gevaar en beschadiging vormt namelijk een belang. Een ander belang vormt het voor het kind zorgvuldig omgaan met de relatie met -zo mogelijk- beide ouders. De overwegingen van de jeugdbescherming moeten steeds berusten op een zorgvuldige afweging van beide belangen. (FJR 2011/76: mr. Van Zanten, dr. A.F.M. Brenninkmeijer: waarheidsvinding: van groot belang inde jeugdbescherming’).

Deze visie/dit inzicht wordt kennelijk niet gedeeld door bjz, althans niet waar het betreft het belang van de minderjarige in haar relatie tot eiseres/haar moeder. De bescherming van dit laatste belang bestaat slechts in theorie. De voort durende onzorgvuldigheid is (gegeven de context) kwalificeerbaar als onrechtmatige daad. Tevens is sprake van samenloop met wanprestatie. Verlegging van het risico naar eiseres is daarmee onbehoorlijk. Eiseres heeft haar verantwoordelijkheid in dit verband wel genomen. Eiseres kan uiteraard niet aansprakelijk worden gesteld voor de fouten van bjz.

Het te kort schieten valt bjz toe te rekenen en in hoge mate aan te rekenen, reeds vanwege het feit dat de rechter slechts toetst op formele gronden. Ter illustratie verwijst eiseres naar de beschikking vervallen verklaring aanwijzing van 6 maart 2013, overgelegd als productie, en de wijze waarop bjz dit -wederom ten nadele van eiseres(!)- ‘gecorrigeerd’ opneemt in de stukken. Het is trekken aan een dood paard.

In dit verband oordeelde de Nationale Ombudsman al begin januari 2011 in het Rapport 2011/015 dat : ‘alleen beweringen die getoetst zijn als feiten in de rapportages worden opgenomen, zodat de rechter daarover een gemotiveerd oordeel kan vormen’. De kinderrechter moet er dus van uit kunnen gaan dat de aangeleverde informatie (zo veel als mogelijk) juist/of aannemelijk is.
De schade voor eiseres is evident. Eiseres wordt door bjz -in strijd met de door haar overgelegde deskundigenverklaringen- onverminderd opgevoerd als borderliner met een alcoholproblematiek. Hieruit vloeit voor bjz dan ook logisch voort dat eiseres haar dochter bij omgang heeft belast. Verificatie ontbreekt in ieder geval. Eigen beeldvorming volstaat om omgang te beperken. Formele correctie door de rechtbank reikt niet toe.

Eer en goede naam van eiseres worden bij voortduring geraakt. Eiseres voelt zich in haar belangen niet serieus genomen en gehoord. Bjz grondt haar beslissingen aantoonbaar op het door haar bepaalde -niet-gecorrigeerde / niet-aangevulde feitencomplex. De rechtbank neemt op grond hiervan haar beslissingen.
Eiseres wenst rectificatie.
Wanneer iemand krachtens deze titel jegens en ander aansprakelijk is ter zake van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, kan de rechter hem veroordelen tot rectificatie (op een door de rechter aan te geven wijze).

Zij acht daarbij een dwangsom noodzakelijk en gewenst.

spoedeisendheid
Binnen enige weken zal de rechtbank zich wederom moeten buigen over de verlenging ots/uhp. Eiseres heeft daarmee een spoedeisend belang bij het door haar gevorderde.

Eiseres verzoekt de rechtbank haar vorderingen toe te wijzen. Tevens verzoekt eiseres de rechtbank bjz in de proceskosten te veroordelen, nu zij genoodzaakt is te procederen.

Bjz heeft genoegzaam aangetoond eigener beweging niet in staat te zijn relevante correcties/aanvullingen door te voeren in de door haar opgestelde stukken.

Waarom Wagenaar advocaten

  • Veel ervaring
  • Scherpe prijzen
  • Goede kwaliteit
  • Gratis kennismaking
Neem nu contact op
Uw advocaat in: Huizen, Bussum, Eemnes, Naarden, Blaricum, Laren, Hilversum, Almere, Soest, Baarn, Weesp, Muiden, Groningen en omstreken.