>>Vechtscheiding Advocaat en Jeugdzorg

Vechtscheiding Advocaat en Jeugdzorg

10-04-2014

Vechtscheiding Advocaat en Jeugdzorg

Advocaten dienen het belang van hun cliënt te behartigen bij een vechtscheiding, maar naar mijn mening - behoren advocaten daarbij het belang van de betrokkenen kinderen niet uit het oog te verliezen.

Cliënten (de burger) vinden vaak dat een advocaat goed is als het een pitbull is en vecht voor de zaak van de cliënt. Bij een handelszaak is dat ook het uitgangspunt: materiele belangen prevaleren.

Het personen-en familierecht is ook geen strafrecht, waarbij de strafrechtadvocaat enkel het belang van zijn/haar cliënt eenzijdig dient.

Geen overtuigend bewijs betekent vrijspraak in het strafrecht, ook al weet de advocaat dat zijn/haar cliënt schuldig is. En dat is winnen! Immers: het Openbaar Ministerie staat tegenover de advocaat/verdachte en de neutrale rechter in het midden, wikt en weegt en beslist. Het bewijsrecht speelt een doorslaggevende rol. 

Het familierecht is van een andere orde en brengt een genuanceerdere verantwoordelijkheid mee voor de advocaat. Het bewijsrecht waarheidsvinding is immers niet of nauwelijks aan de orde

Bij een vechtscheiding is vaak sprake van een dermate verstoorde verhouding tussen de ouders, dat zij elkaar niets meer gunnen, zelfs de kinderen niet meer. De kinderen gaan deel uitmaken van de strijd en het gevecht om het “bezit”. Ouders zien hun kroost dan in termen van bezit. Mijn kinderen! Zelden is in de zittingszaal sprake van “onze kinderen”. Een familierechtadvocaat heeft bij een vechtscheiding de (morele en professionele) plicht om de cliënten te waarschuwen, dat zij veel te verliezen hebben, zelfs in het ergste geval hun kinderen. Advocaten zijn moreel verplicht rekening te houden met de verliezers: met name de kinderen maar ook de ouders: dus het gezin.

De advocateneed luidt (vrij vertaald) : ik zweer (beloof) …., en dat ik geen zaak zal aanraden en verdedigen, die ik in gemoede niet geloofwaardig of rechtvaardig acht "in samenhang met de betamelijkheidsnorm".

Dit schept een moreel dilemma in familiezaken: hoever gaat een advocaat mee met de beschuldigingen en aantijgingen van de ene echtgenoot jegens de andere. Met het “moddergooien”. Niemand houdt er van: rechters en de meeste advocaten niet. Wanneer de advocaat het niet doet en de zaak gaat goed, is het prima. Wanneer de zaak de andere kant op gaat: krijgt de advocaat vaak het verwijt van de cliënt, niet hard genoeg te hebben gevochten. Advocaten procederen soms tegen beter weten in tot het bittere einde, dat inhoudt: torenhoge nota’s van de advocaat waardoor - bijvoorbeeld - de overwaarde van het huis niet aan de kinderen kan worden besteed, maar naar de advocaat toe gaat. Enkel verliezers: wat minder alimentatie weegt op termijn - niet op tegen de schadelijke gevolgen van de strijd.

Sommige advocaten nemen over wat hun cliënt hen vertelt en benoemen dan in de zittingzaal de stoornissen van de wederpartij terwijl hiervan geen enkel bewijs is. Nogmaals: dat heet modder gooien. Een dergelijke proceshouding wordt wel afgestraft door de rechter, maar het gestelde blijft toch ergens hangen en verscherpt de tegenstellingen waardoor het gemeenschappelijk belang - de kinderen - verder uit beeld raakt. 

In het ergste geval komt jeugdzorg in beeld en doemt het “klemcriterium“ op. Het kind raakt klem tussen de ouders. Het klemcriterium vormt een grond voor een ondertoezichtstelling. Op dat moment komt een gezinsvoogd in de gezinnen. Soms een jong persoon, vers van school. Weinig ervaring en geen academische opleiding en denkniveau, zoals onder meer de rechter, advocaat en psycholoog.

Toch bepaalt de Gezinsvoogd (GV) met het team grotendeels de verdere gang van zaken, rond de kinderen. Het is een illusie te geloven dat de GV de heftige strijd tussen de ouders kan beslechten en/of een verzoening kan bewerkstelligen. De GV zit ook klem tussen de vecht scheidende ouders en dan is het moeilijk om professionele neutraliteit te bewaren en een helicopterview te behouden. 

Regelmatig gaat de GV aan de kant van één ouder staan. Wellicht de ouder die de verbaal sterkste is of de aardigste of met de beste baan. De GV gaat dan ook ongewild - de strijd aan met de “lastige” ouder. Het kind wordt geplaatst bij de andere ouder. De lastige ouder ziet het belang van het kind niet meer, stelt de GV. Deze ouder komt steeds verder op afstand. In jeugdzorgjargon “ouder op afstand”. Gevolg is dat deze lastige ouder ten opzichte van het kind wordt gediskwalificeerd door de andere ouder, maar ook door jeugdzorg. Dat is schadelijk voor het kind. Het kind gaat gedragsproblemen vertonen, die de GV vervolgens aan de lastige ouder (ver)wijt. Meestal zonder onderzoek of deugdelijke onderbouwing. Dat kan ook niet want de GV is geen deskundige op het gebied van jeugdpsychologie/psychiatrie. De gedragsdeskundige van jeugdzorg baseert zich voornamelijk op de informatie van de GV. Althans :zo lijkt het, om maar eens het jeugdzorg jargon te gebruiken.

De ouder op afstand wordt nog verder op afstand gezet, door de omgang met de lastige ouder nog verder te beperken. Terwijl het zeer goed mogelijk is dat het kind gedragsproblemen vertoont juist vanwege de beperkte omgang met moeder of vader. De partner van de ouder waar het kind het hoofdverblijf heeft, heeft vaak een ingewikkelde positie. Niettemin wordt in de praktijk de GV nog steeds in dit soort conflicten ingezet als reddende engel, terwijl alle betrokkenen beter weten of behoren te weten. In het ergste geval wordt het “klemgeraakte kind” uit huis geplaatst. Een trauma dat nog niet als zodanig wordt onderkend, lijkt het. Een afweging tussen het trauma ten gevolge van de uithuisplaatsing/onvoldoende omgang enerzijds en de zorgen van jeugdzorg anderzijds wordt onvoldoende gemaakt.

Dit is een complexe situatie waar ook de kinderrechter geen oplossing voor heeft. Uiteindelijk wordt er gekozen voor “rust”, het toverwoord. Dat kan betekenen: helemaal geen omgang meer met de lastige ouder. Wettelijke bepalingen en internationale verdragen die het recht op familieleven betreffen worden buiten beschouwing gelaten.
Oplossing: dit kan zijn een normale omgangsregeling/weekendregeling met de lastige ouder. De kans is reëel dat de lastige ouder minder lastig wordt en het kind minder gedragsproblemen gaat vertonen. In dit hele proces wordt in de praktijk het kind zelf niet althans onvoldoende gehoord.

CONCLUSIE

Ouders ga mediaten en houd jeugdzorg buiten de deur! Ouders komen er onderling vaak wel uit. Een storende factor bij mediation is de achterban. Familie en vrienden die het allemaal goed menen, ook zaken uit hun omgeving kennen, maar met hun adviezen het mediatonproces verstoren.

Ook dat probleem kan ondervangen worden door goede begeleiding en voorlichting door de mediator.

Mediation/echtscheidingsbemiddeling heeft verreweg de voorkeur boven een vechtscheiding.

Waarom Wagenaar advocaten

  • Veel ervaring
  • Scherpe prijzen
  • Goede kwaliteit
  • Gratis kennismaking
Neem nu contact op
Uw advocaat in: Huizen, Bussum, Eemnes, Naarden, Blaricum, Laren, Hilversum, Almere, Soest, Baarn, Weesp, Muiden, Groningen en omstreken.